Oorsprong: Frankrijk, ontstaan uit Vlaamse reuzen, forse Franse hangoren en gevlekte slachtkonijnen.


Gewicht: Minimaal 5 kilo, geen maximum gewicht.


Kleuren: Bijzondere tekening met stralend witte pels. Tekening op de oren, oogringen, wangstippen en een donkere vlek in de vorm van een vlinder op de snuit. Op het lichaam een aalstreep, vanaf de oren tot aan de staart, en op elke zijde verschillende stippen die rond horen te zijn en niet in elkaar over mogen lopen. De kleuren zijn zwart, wildkleur konijngrijs, blauwgrijs, ijzergrauw, blauwgrauw en tot slot havanabruin.


Karakter: Groot formaat konijnen zijn over het algemeen wat rustiger qua activiteit. Wat karakter betreft verschilt het echt per konijn. Konijnen zijn niet op karakter gefokt, maar op formaat (vleeskonijnen) of uiterlijk (vacht of tentoonstellingdieren). Daardoor zijn er eigenlijk nauwelijks rasspecifieke karakters te onderscheiden. Bij elk ras heb je rustige, mensgerichte konijntjes, maar ook de pittige, energieke dieren. Dat verschilt echter per individu, niet per ras. 


Bijzonderheden: Lotharingers met een goede tekening fokken is erg moeilijk, vaak zitten in nesten ook jongen met een effen vacht. In Belgie word een Lotharinger Reuzenvlinder genoemd.


Medisch: Bij bonte konijnen komt een gen voor, dat je vooral naar voren ziet komen in nesten waar bont x bont gefokt wordt. Als beide ouders drager zijn van het Engelse spot gen, heeft 25% van de jongen in dat nest erfelijk megacolon, een aandoening waarbij de dikke darm te groot. Dit zorgt voor afwijkende keutels, verstopping, gasbuiken, diarree en de konijnen kunnen vaak ook minder goed voedingsstoffen opnemen uit hun voedsel. Deze konijnen worden vaak niet ouder dan 1-2 jaar. Het komt vooral voor bij de rassen Lotharinger, Rijnlander en Papillon.


Een lotharinger als huisdier:  Als huisdier is de kleinere variant van dit ras meer in trek, maar de grote variant is eigenlijk meer geschikt door het rustigere karakter. De reden dat mensen vaak voor de kleine variant kiezen is omdat ze het dier op een beperkte ruimte willen houden. Alle konijnen hebben echter ruimte nodig, juist ook de kleinere omdat die veel actiever zijn.

Net als de andere groot formaat raskonijnen hebben lotharingers voldoende permanente leefruimte nodig, echt een grote, veilige ren waar ze altijd in kunnen. Het liefst ongeveer 8 vierkante meter. Dat kan een verblijf in de tuin zijn, hoewel ze daar misschien wat sneller last van zere hakjes kunnen krijgen - wat bij konijnen van groot formaat, zoals de lotharinger vaak voor komt - of binnen in huis. Bijvoorbeeld door een slaapkamer in te richten als konijnenkamer of een bijkeuken om te bouwen naar konijnenverblijf. 

Grote konijnen = grote kosten. Groot formaat konijnen brengen meer kosten met zich mee dan kleinere konijnen. Ze eten meer, verbruiken meer bodembedekking, ook medische kosten zijn hoger - niet alleen komen medische problemen bij groot formaat konijnen vaker voor, maar ook de hoeveelheid narcosemiddel en medicatie is hoger, en brengt dus hogere kosten met zich mee. Bedenk vooraf goed of dat een probleem kan vormen, en of dit ras wel geschikt is voor jullie huishouden.