Er zijn 3 besmettelijke ziektes die onder de konijnen voorkomen en waartegen ze kunnen worden ingeënt, myxomatose, VHS en RHD-2. Hieronder leg ik uit hoe je de ziektes kunt herkennen en hoe ze zijn ontstaan. Hopelijk ziet iedereen dan het belang van het inenten van zijn of haar konijnen in, en wordt een aantal konijnen een verschrikkelijke dood bespaard.


Myxomatose


Myxomatose wordt verspreid door een virus. Een konijn kan besmet worden door vliegen, vlooien, mijten en andere konijnen die het virus met zich meedragen. De symptomen van myxomatose zijn: Natte ogen, een vieze neus, knobbels, het konijn eet niet en heeft koorts. Een konijn dat nooit geënt is overleeft deze ziekte bijna nooit. Het beste dat je voor je nijn kunt doen is hem goed warm houden en een dierenarts bezoeken. Deze zal dan passende medicijnen meegeven. Vroeger waren de entstoffen maar 4 maanden werkzaam, tegenwoordig is er een beter vaccin. Dit vaccin is een jaar werkzaam en komt ook in een verpakking voor een enkel konijn. De vroegere entstof zat in verpakkingen voor 10 konijnen. Daardoor waren er ent-dagen. Het nadeel van die dagen was dat als er één konijn al besmet was met een ziekte en op die entdag kwam, jouw konijnen ook risico liepen. Dat is nu dus gelukkig verleden tijd.


Na de ontdekking van myxomatose bij geïmporteerde konijnen in Uruguay, verspreidde een wat milde vorm zich onder de populatie wilde konijnen in Zuid Amerika. In Australië werd het virus voor het eerst in het veld getest om de konijnenpopulatie onder controle te kunnen houden in 1938. Een volledige verspreiding van het virus werd in 1950 gehouden. Het virus was zeer effectief, de konijnenpopulatie verminderde van 600 miljoen konijnen naar 100 miljoen konijnen binnen 2 jaar. De konijnen die overbleven waren degene die het minst last hadden van het virus. Genetische afweer tegen myxomatose werd snel na de eerste verspreidingen van het virus bekeken, en de meeste konijnen bezaten een gedeeltelijke immuniteit in de eerste twee decennia. Afweer werd iets beter vanaf 1970, en de ziekte dood nu 50% van de geïnfecteerde konijnen. Bij een poging om dit percentage omhoog te krijgen werd er een tweede virus geïntroduceerd, rabbit calicivirus, dat in 1996 voor het eerst onder de konijnen werd verspreid.


Myxomatose werd per ongeluk geïntroduceerd in Frankrijk door bacterioloog Dr. Paul Armand Delille, die het virus gebruikte om van de konijnen op zijn privé terrein af te komen in juni 1952 (hij entte wel 2 konijnen op zijn land in tegen de ziekte). Binnen 4 maanden had het virus zich al 50 km verspreid; Armand dacht dat dit kwam door jagers die de geinfecteerde konijnen meenamen van zijn land. In 1954 waren echter 90% van de wilde konijnen in Frankrijk dood. De ziekte verspreidde zich verder door Europa. Het bereikte Groot-Brittannië in 1953, blijkbaar zonder menselijke acties. Sommige mensen in Groot-Brittannië verspreidden de ziekte zelf, door zieke konijnen in de holen van levende konijnen te stoppen. De overheid wilde geen stappen ondernemen om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan. In 1955 was 95% van de wilde konijnen in Groot-Brittannië overleden. Konijnen in de laatste stadia van de ziekte, vaak “mixy” of “myxie” konijnen genoemd, zijn nog steeds een veel voorkomend verschijnsel in Groot-Brittannië.

Er is een vaccinatie beschikbaar voor konijnen die als huisdier gehouden worden, maar in Australie is het illegal om je konijn in te enten, uit angst dat de immuniteit die door de vaccinatie aangesterkt wordt in de populatie wilde konijnen terecht komt. Dit omdat de vaccinatie ook een levend virus gebruikt, het Shope fibroma virus. Duizenden konijneneigenaren in Australië lijden elk jaar verliezen onder hun konijnen. Er is geen geneesmiddel voor Myxomatose of VHS, en veel dieren die deze ziekte eenmaal hebben sterven of uit zichzelf, of worden ingeslapen. In Europa is het mogelijk je konijn te beschermen met een inenting, met een genetisch aangepast virus. Dit virus was ontwikkeld in Spanje, en is beschikbaar voor alle konijneneigenaren. Als dit virus zijn weg weet te vinden naar Australië zal dit voor een grote vermeerdering van de konijnenpopulatie zorgen.

In 2012 is er een nieuwe entstof op de markt gekomen in Nederland, hierbij hoeft je konijn nog maar één keer per jaar ingeënt te worden. Voorheen moest de enting twee keer per jaar gegeven worden. Deze entstof (nobivac) werkt tegen zowel VHS als Myxomatose.

De ontwikkeling van afweer voor de ziekte lijkt verschillende kanten te hebben gekozen. In Australie heeft het virus in het begin zeer snel veel konijnen gedood, binnen 4 dagen na de infectie. Dit geeft weinig tijd voor het virus om te verspreiden. Als resultaat daarvan, is een minder sterke variant van het virus zich gaan verspreiden, wat zich sneller verspreid omdat dit een minder dodelijk virus is. In europa hebben de konijnen die genetische afweer hebben tegen het virus zich verspreid. Er word gezegd dat dit komt omdat de belangrijkste verspreider van het virus in Australie de mug is, terwijl in dit in Europa de vlo is.


VHS


Hierboven werd het al genoemd, het Rabbit calicivirus (RCD), dit is een virus dat Viraal Haemorrhagisch Syndroom, VHS veroorzaakt. Er zijn helaas verschillende afkortingen die gebruikt worden voor dezelfde ziekte, dat maakt het erg verwarrend. Om het wat duidelijker te maken hieronder uitleg over de afkortingen.

VHS = Viraal Haemorrhagisch Syndroom (Nederlandse afkorting dus)
RHD = Rabbit Haemorrhagic Disease (Engelse benaming voor hetzelfde)
VHD = Viral Haemorrhagic disease (Andere Engelse benaming voor hetzelfde)

En heel af en toe kom je ook RCD (Rabbit calicivirus) tegen, dat is de afkorting van de naam van een virus dat VHS/RHD/VHD veroorzaakt. Op onze website houden wij zoveel mogelijk de nederlandse afkortingen aan. Wij spreken over VHS dus.


VHS is is ontwikkeld in Australië en geïntroduceerd onder de konijnen als poging de konijnenplaag tegen te gaan. Het virus is voor het eerst verspreid in 1996.

Het virus was niet zo succesvol als myxomatose, omdat het maar dodelijk is voor 65% van de geïnfecteerde konijnen, terwijl myxomatose dodelijk is voor 99% van de geïnfecteerde konijnen.


De incubatieperiode van deze ziekte is 24 tot 48 uur, en dood treed in 6 tot 24 uur na het beginnen van de koorts. Het RHD virus is zeer besmettelijk wordt verspreid op verschillende manieren. Contact tussen konijnen onderling, via urine, uitwerpselen, water, voedsel en hokken. Maar ook de mens kan voor verspreiding zorgen via schoeisel, kleding en handen. Daarnaast kunnen ook stekende insecten een rol spelen in de verspreiding. 

De symptomen zijn koorts, bloed uit de neus, bloed uit de geslachtsopeningen en benauwdheid. Soms zie je echter alleen dat het konijn stilletjes, lusteloos en suf in een hoekje zit, tot het sterft.  Het konijn kan tegen deze ziekte worden ingeënt.

 

 

VHS-2

In 2015 dook een variant op het VHS virus op, VHS-2. De symptomen zijn hetzelfde als bij VHS, alleen duurt het iets langer voor een konijn sterft aan VHS-2. De oorspronkelijke inenting werkt helaas niet tegen deze variant. Wil je jouw konijnen ook tegen VHS-2 beschermen, is daarvoor een aparte inenting nodig. Meer informatie over VHS-2 vind je in dit artikel.

Even voor het geval je door alle afkortingen voor dezelfde ziekte het niet meer snapt: Het betreft het Rabbit calicivirus (RCD), dit is een virus dat het Rabbit Haemorrhagic Disease (RHD) veroorzaakt. In het Nederlands is dat afgekort naar VHS, Viraal Haemorrhagisch Syndroom.  In dit artikel gaat het dan om de gemuteerde variant, en zet men het cijfer 2 er achter.

Symptomen

Net als bij de normale VHS variant krijgen konijnen het benauwd en hebben zij soms bloedingen uit neus en geslachtsorganen. Soms zijn konijnen alleen wat lusteloos en suf. Maar vaak sterven de konijnen zonder dat er ook maar iets te zien is. Bij de normale VHS variant sterven konijnen binnen 1 tot 2 dagen. Bij de VHS-2 variant duurt het iets langer, 3 tot 5 dagen. Helaas heeft het virus hierdoor ook meer kans zich te verspreiden. Als een konijn eenmaal ziek is, is er niets wat je kan doen om hem beter te maken. Het enige dat je kan doen is voorkomen dat jouw konijnen deze ziekte krijgen.

Verspreiding

Het VHS-2 virus is net als de gewone VHS variant zeer besmettelijk wordt verspreid op verschillende manieren. Contact tussen konijnen onderling, via urine, uitwerpselen, water, voedsel en hokken. Maar ook de mens kan voor verspreiding zorgen via schoeisel, kleding en handen. Daarnaast kunnen ook stekende insecten een rol spelen in de verspreiding.

Alleen hazen en konijnen worden ziek van het virus, andere (huis)dieren en mensen hebben er geen last van, maar kunnen het dus wel verspreiden naar andere konijnen.

 

 

Actuele meldingen van viruziekten bij konijnen


Wij houden op onze forums een lijst bij met alle meldingen van VHS, VHS-2 en Myxomatose. Komt een van deze ziektes voor bij jou in de buurt, geef dat aan ons door zodat wij deze lijst zo volledig mogelijk kunnen maken! Voor het meest actuele overzicht kijk in dit topic.

 

Inentingen

 

Op speciale konijnendagen die gehouden worden bij veel dierenartsen, konijnenasiels en soms ook bij dierenwinkels kun je jouw konijnen het meest voordelig laten inenten. Vaak voor 15-25 euro voor de myxomatose en normale VHS/RHD enting en voor RHD-2 komt er dan vaak zo een zelfde bedrag nog bij. Dan ben je dus voor 30-50 euro voor een jaar klaar en is jouw konijn beschermd tegen de besmettelijke virusziekten. 

Heeft jouw dierenarts geen ent-dagen waarop ze korting geven, dan ben je meestal 50-100 euro kwijt per konijn voor de inentingen. Dan betaal je namelijk naast de inentingen ook de consultkosten van de dierenarts.

 

 

 

Wij hebben in oktober 2016 op de bunnybunch forums gevraagd hoeveel de leden kwijt zijn aan het complete pakket inentingen per konijn. Hieronder zie je de resultaten:

 

 

Mensen vragen zich vaak af of inenten ook schadelijk kan zijn. Voor konijnen die een zwakke gezondheid hebben kan inenten inderdaad schadelijk zijn. Konijnen met een zwak immuunsysteem of als het immuunsysteem al onder druk staat door andere ziekten kunnen beter niet ingeent worden tot het moment dat hun gezondheid weer stabiel is. Daarom zal een goede dierenarts het konijn altijd goed nakijken voor hij een inenting zet. Maar voor een gezond dier is een inenting niet schadelijk. Dan is het juist levensreddend. De enige bijwerking die er kan optreden, is een bultje of een schrale plek op de plek waar de enting is gezet. Dat heet een ent-reactie. Dat  trekt na een aantal dagen gewoon weer weg en kan gelukkig geen kwaad. Ook kan bij sommige vaccins een verhoogde temperatuur voorkomen. Dat heeft verder geen gevolgen voor het konijn en zakt na enkele dagen vanzelf weer weg. Hoewel er dus bijwerkingen kunnen zijn, komen die echt maar zeer weinig voor en zijn ze niet zo ernstig dat het een reden zou kunnen zijn om de inentingen niet te laten plaatsen. Belangrijk is echter wel dat het konijn goed gezond is op het moment dat de inentingen geplaats worden. 

Sommige mensen zijn ook van mening dat als zij hun konijn één of twee keer in laten enten als zij hem net hebben, dat de entstof dan het hele leven werkzaam blijft tegen de ziektes. Helaas is dat niet het geval bij konijnen en is het dus wel noodzakelijk de intentingen jaarlijks te herhalen.

In Nederland komen myxomatose, VHS/RHD 1 en 2 zo veel voor dat er in onze ogen (behalve een te zwakke gezondheid om tegen de entstof te kunnen) geen redenen zijn om niet in te laten enten. Als je in Nederland woont is het niet de vraag of jouw konijnen één van de ziektes gaan krijgen, maar wanneer. Persoonlijk willen wij dat toch niet afwachten, en kiezen wij dus wel voor de jaarlijkste prikjes.

 

 

Vaccins

Hieronder een overzicht van de vaccins die op het moment gebruikt worden voor het inenten van huisdierkonijnen. Kijk goed na in het vaccinatieboekje van jouw konijnen of de juiste vaccins gebruikt zijn. Het komt helaas voor dat er door dierenartsen fouten gemaakt zijn, waardoor je denkt dat jouw konijnen tegen alle drie de ziektes beschermd zijn, maar dat niet het geval is. Als het goed is zet de dierenarts er duidelijk bij welk vaccin is gebruikt (met sticker waarop het batchnummer van het vaccin staat) en wanneer herhaling nodig is.


Vaccins voor konijnen tegen myxomatose en VHS-1
Nobivac Myxo + RHD: Meest gebruikte vaccin tegen myxomatose en VHS-1. Beschermt na 3 weken. Elk jaar herhalen. Minimale leeftijd 5 weken. Is verkrijgbaar in een dosis per konijn waardoor er geen ent-dagen nodig zijn en je contact met andere konijnen beperkt.
Cunivak combo: Werkt tegen myomatose en VHS-1. Bescherming na 10 dagen. Booster (= herhaling) nodig na 4 weken, daarna elke 6 maanden herhalen. Minimum leeftijd 6 weken.  Wordt in Nederland bijna niet gebruikt, de kleinste dosis is namelijk voor 10 konijnen en beperkt houdbaar. Wordt ook weinig gebruikt omdat de Nobivac langer bescherming bied en geen booster nodig heeft.

Vaccins voor konijnen tegen VHS-2
Eravac emulsie: werkt tegen VHS-2. Beschermt na 7 dagen. Elke 9 maanden herhalen. Minimum leeftijd 10 weken (jongere vaccinatie wel mogelijk, maar dan is er een booster nodig na 6 weken). Dit vaccin is gelijk aan Cunipravac RHD Variant.  Is verkrijgbaar in verpakking van 10 of 40 doses en wordt daardoor meestal op konijnen ent-dagen gegeven.
Filavac VHD K C + V: werkt tegen VHS-1 en VHS-2. Mag gegeven worden in combinatie met de nobivac Myxo + RHD, hoewel je dan eigenlijk dubbel inent tegen VHS-1. Dat kan echter geen kwaad. Bescherming na 7 dagen. Elk jaar herhalen. Woon je in een risicogebied waar VHS-2 veel voorkomt, is het aan te raden toch elk half jaar de inenting te herhalen. Minimum leeftijd 10 weken. Jonger inenten wel mogelijk maar dan is een booster (=herhaling) nodig na 6 weken.  Voordeel van deze entstof is dat het in een dosis per konijn te krijgen is en je dus niet vast zit aan ent-dagen, waardoor contact met andere konijnen beperkt wordt.

Cunipravac RHD Variant: In het begin, toen VHS-2 voor het eerst in Nederland was uitgebroken, werd er gebruik gemaakt van cunipravac. Dit is een vaccin uit Spanje. Inmiddels zijn er twee vaccins om VHS-2 te voorkomen geregistreerd voor de Nederlandse markt en wordt cunipravac niet meer gebruikt.

 

Preventieve maatregelen

Hoe voorkom je dat jouw konijnen een besmettelijke virusziekte krijgen? Ten eerste via de inentingen. Daarnaast zijn er nog een aantal maatregelen die je kan nemen. Misschien lijken sommige maatregelen overdreven, maar als je in een gebied woont waar een grote kans op besmetting is, en jouw konijnen zijn niet recent volledig ingeent, is het toch aan te raden onderstaande tips op te volgen.

- Voer geen vers gras of groenvoer van buiten eigen (moes)tuin aan jouw konijnen.

- Wees voorzichtig met het voeren van hooi. Veel hooisoorten die wij in de winkels kopen, komen uit landen waar deze ziekten ook voorkomen. De kans op besmetting via het hooi is zeer klein, maar het is mogelijk. Hooi moet minimaal 1,5 maand geleden verwerkt zijn, goed gedroogd zijn en bewaard zijn op een droge plaats, wil het vrij zijn van ziekten. Sommige mensen slaan zelf een voorraad hooi in voor ongeveer 2 maanden, zodat ze het hooi zelf 1,5 maand droog kunnen bewaren voor het aan de konijnen gevoerd wordt. Op die manier zijn ze zeker dat er geen besmetting door het hooi plaatsvind. Je kan ook kijken of er een productiedatum op de verpakking staat.

- Voer geen kuilvoer of kuilgras aan jouw konijnen als je niet zeker weet of er geen wilde konijnen bij zijn geweest.

- Was je handen voor en na het voeren van jouw konijnen goed met zeep en water. Ook tussen je vingers!

- Pas op met konijnenveldjes en wandelingen in de natuur. Via deze plaatsen is het goed mogelijk dat je het virus meeneemt aan schoenen of kleding.

- Wissel je schoenen en kleding! Wissel voor je bij je konijnen komt (bij binnenkonijnen niet in de ruimte waar zij leven!) van schoeisel en kleding. Het is verstandig om slippers te kopen en die bij de ren van de buitenkonijnen te zetten. Voor je de ren ingaat trek je dan die slippers aan en laat je je normale schoenen buiten de ren staan. Loop met de slippers nergens anders dan in de konijnenren om besmetting te voorkomen. Wissel ook van kleding voor het betreden van het konijnenverblijf als je op plaatsen bent geweest waar wilde konijnen leven.

- Heb je meerdere konijnenverblijven? Gebruik bij elk hok een eigen schoonmaakset of ontsmet de schoonmaakspullen tussendoor. Was ook je handen tussendoor bij het voeren, aanhalen en verschonen van de verschillende konijnen. Verplaats ook geen materialen van het ene naar het andere hok, dus per hok eigen voerbakken, drinkflessen en speelgoed.

- Bij het verschonen is het verstandig de vuile bodembedekking direct af te voeren en zet de container met afval niet direct bij de konijnenren.

- Zorg er voor dat er geen stekende insecten zoals vliegen, vlooien, en teken bij je konijnen kunnen komen. Weer ook plaagdieren als ratten en muizen. Stop konijnenvoer, hooi en bodembedekking in tonnen of bakken die afsluitbaar zijn of leg het op een plaats waar geen plaagdieren kunnen komen.

- Reis niet onnodig met je konijnen.

- Wees voorzichtig met dierenartsbezoeken. Vraag vooraf telefonisch bij een dierenarts wat de risico's zijn van het bezoek en wat eventuele mogelijkheden zijn voor een huisbezoek. De meeste dierenartsen zijn bereid met je mee te denken en zorgen dat jouw konijn afgezonderd blijft van andere konijnen tijdens een opname. Sommige dierenartsen geven inentingen momenteel in de auto van de konijneneigenaar om besmetting te voorkomen.

 

Maatregelen in geval van besmetting en overlijden

 Als jouw konijnen toch ziek zijn geworden en overlijden, is het verstandig onderstaande tips op te volgen:

- Ontsmet het hok, de voerbakken, drinkflessen, speeltjes, reismand en omgeving van het hok. Maak eerst alles leeg en schoon. Gebruik dan zeep en water om het goed uit te soppen. Spoel het uit. Gebruik dan vervolgens een goed ontsmettingsmiddel (zoals halamid, in onze webwinkel verkrijgbaar, of koop een middel bij de dierenarts). Volg de instructies op de verpakking van het middel zo goed mogelijk op voor een optimale werking.

- Laat een pathologisch onderzoek uitvoeren bij jouw dierenarts of stuur je konijn op voor dit onderzoek. Het klinkt misschien naar, maar daarmee kun je vele andere konijnen helpen. Informeer naar de mogelijkheden bij jouw dierenarts, die kan hierbij helpen.

- Meld dode wilde konijnen via het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC). Hiervoor staat een formulier op hun website.

 

Dierenarts bezoek

Als jouw konijn ziek is moet je natuurlijk een dierenarts raadplegen en heeft jouw konijn zorg nodig. Mocht je echter in een risicogebied wonen waar een besmettelijke virusziekte voorkomt, is het wel verstandig te overleggen met de dierenarts. Als jouw konijn een virusziekte heeft is het belangrijk dat de andere konijnen die in de praktijk komen niet besmet worden. En ook als jouw konijn iets anders onder de leden heeft of een enting of castratie nodig heeft, is het natuurlijk niet de bedoeling dat hij bij de dierenarts een virusziekte oploopt. Een entdag bezoeken met een wachtkamer vol konijnen is op zo een moment niet verstandig.

Vraag vooraf telefonisch bij een dierenarts wat de risico's zijn van het bezoek en wat eventuele mogelijkheden zijn voor een huisbezoek. De meeste dierenartsen zijn bereid met je mee te denken en zorgen dat jouw konijn afgezonderd blijft van andere konijnen tijdens een opname. Sommige dierenartsen geven inentingen op risicomomenten in de auto van de konijneneigenaar om besmetting te voorkomen.

Een nieuw konijn aanschaffen

Wees voorzichtig met het kopen of adopteren van een nieuw konijn. Woon je in een risicogebied voor één van de virusziekten? Vanuit particulieren en winkels een nieuw konijn aanschaffen raden wij het op zo een moment echt af, tenzij je zelf thuis een goede quarantaineruimte hebt en bereid bent tussen je eigen konijnen en het nieuwe konijn kleding en schoeisel te wisselen en alles gescheiden te houden. Het blijft een risico.

Konijnenopvangen nemen echter voldoende maatregelen tegen de verspreiding van virusziekten. De meeste opvangen zorgen er voor dat de konijnen die geplaatst worden hun inentingen volledig gehad hebben. Het is dus veilig om zo een konijn te introduceren bij jouw eigen konijnen. Zorg er ook voor dat jouw eigen konijnen de inentingen tegen Myxomatose, VHS en VHS-2 hebben gehad voor je ze gaat koppelen aan nieuwe konijnen.
 

 

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Save

Save

Save

Save