Oorsprong: Oostenrijk, ontstaan uit een blauwe voedster van ondefinieerbaar ras met gedeeltelijke hangoren, een effen gele voedster uit het Franse Normandië met een hangend en een staand oor en een zwarte Vlaamse reuzen ram.


Gewicht: tussen de 3,5 en 5 kilo.


Kleuren: Oorspronkelijk effen blauw met blauwe ogen. Tegenwoordig ook effen zwart, haaskleur, konijngrijs, blauwgrijs, ijzergrauw en blauwgrauw. Ook bestaan er witte konijnen genaamd Witte Wener, maar dit is een ander ras.


Karakter: Verschilt per konijn. Konijnen zijn niet op karakter gefokt, maar op formaat (vleeskonijnen) of uiterlijk (vacht of tentoonstellingdieren). Daardoor zijn er eigenlijk nauwelijks rasspecifieke karakters te onderscheiden. Bij elk ras heb je rustige, mensgerichte konijntjes, maar ook de pittige, energieke dieren. Dat verschilt echter per individu, niet per ras.


Bijzonderheden: Standaardisering voor dit ras is niet overal gelijk, zo is in sommige landen alleen de oorspronkelijke blauwe vacht toegestaan. De Wener kan worden gerekend tot de zogenaamde nutrassen. Tegenwoordig zijn ze ook erg populair als huisdier voor kinderen vanwege het fijne karakter en het mooie uiterlijk.


Medisch: Bij witte weners kan erfelijke epilepsie voorkomen. Dit is een ernstige aandoening die de levensduur van het konijn verkort. 


Een Wener als huisdier:  De Wener is een stoer konijn om te zien. Ze worden niet veel als huisdier gehouden, omdat ze nog niet zo bekend zijn bij het grote publiek. Middelmaat konijnen zoals dit ras, zijn over het algemeen actief en nieuwsgierig. Ze zitten wat activiteit betreft tussen het drukke van de kleine konijntjes en het wat rustigere van de echt grote rassen in. Ook hebben konijnen van dit formaat vaak minder erfelijke gezondheidsklachten dan de echt kleine en echt grote konijnenrassen, hoewel bij dit ras wel epilepsie voor kan komen.