In Nederland worden jaarlijks heel wat konijnenkeuringen gehouden. Lokale kleindierverenigingen houden tentoonstellingen, maar er zijn ook grotere landelijke tentoonstellingen. Het is wel de moeite waard om als konijnenhouder eens bij een tentoonstelling langs te gaan. Hoewel het voor de echte liefhebber vaak niet fijn is om te zien hoe klein de konijnen tijdens een show in een hokje zitten, is het wel leerzaam om alle rassen en de beoordelingen te kunnen zien. Wij hopen in ieder geval dat ze de kleine hokjes binnenkort gaan inruilen voor grotere verblijven, zodat er ook tijdens shows een realistisch beeld van het houden van konijnen naar voren komt.

Meedoen aan een tentoonstelling

Stel, je hebt een raskonijn en je wil meedoen aan een tentoonstelling. Meestal moet je hier wel lid voor zijn van een kleindierenvereniging en je konijn moet getatoeëerd zijn. Mocht je geen raskonijn hebben maar toch graag jouw konijn een keer laten keuren? Hou dan in de gaten of er tentoonstellingen zijn van de kleindierenverenigingen bij jou in de buurt en vraag of ze daar ook gezelschapskonijnen keuren. Sommige verenigingen doen dit namelijk.


Wat betekent het oormerk van een konijn?


In het ene oor staan één cijfer en twee letters. Het cijfer staat voor het laatste cijfer van het jaartal waarin het konijn geboren is. De letters staan voor de rasvereniging waarbij de fokker is aangesloten.
In het andere oor staan drie cijfers. Het eerste cijfer staat voor de maand waarin het konijn zijn tatoeage gekregen heeft, de laatste twee cijfers staan voor het hoeveelste konijn het is dat in die maand


Waar let een keurmeester op?

Maar waar word er nou allemaal op gelet bij zo een keuring?
De keurmeester let op;

- Het geslacht van het konijn, het konijnenras en de leeftijd.
- De bouw van het konijn en het type, hierbij moet je bijvoorbeeld denken aan de vorm van de rug en de stand van de benen.
- Het beenwerk. De keurmeester kijkt hoe stevig dit is. Als een konijn een ijl beenwerk heeft kost dit punten.
- De kop. Hierbij letten de op de bouw, oogkleur en oorlengte. De oorlengte wordt bij alle konijnen gemeten. Dit gebeurt bij hangoorrassen van oorpunt naar oorpunt en dit word het behang genoemd! De niet hangoorrassen worden de oren gemeten door een liniaal tussen de oren op de schedel bij de basis van de oren te zetten. Voedsters van grote konijnenrassen mogen ook een wam hebben. Dit is een huidplooi onder de kin, waarin onderhuids vet opgeslagen wordt, deze kan ontstaan door teveel voeren of het kan erfelijk bepaald zijn. Deze wam moet wel klein zijn, het moet geen enorme wam zijn.
- De pels. Hier word gekeken naar de conditie van de pels, de lengte, kleur en de staat van de onderwol.
- Verder word er gekeken naar de kenmerken van het ras. Dit verschilt dus per konijnenras. Als jouw konijn van een ras is dat een bepaalde tekening heeft wordt daar bijvoorbeeld naar gekeken. Ook word er gekeken naar het gewicht.
- Tot slot bekijkt men de conditie van het konijn. Dit houd in dat er word gekeken of het konijn goed gevoed  en verzorgd is.

Predikaten

Als je konijn gekeurd is krijgt hij een predikaat. Dit zijn de verschillende predikaten die er zijn;
U = Uitmuntend
F = Fraai
ZG = Zeer goed
G = Goed
V = Voldoende
M = Matig
O = Onvoldoende