Cavia’s fokken is niet moeilijk, je zet een beer en een zeug bij elkaar en je hebt ongeveer 70 dagen later kleine cavia's rondlopen. Er zijn echter een paar dingen die heel belangrijk zijn als je besluit dat je een nestje cavia’s wil.


Leeftijd


Het eerste, en dat is het allerbelangrijkste, is dat het zeugje niet te oud mag zijn.
Een caviadame moet voor haar eerste verjaardag een nestje hebben gehad, haar bekken is daar dan op ingesteld, als ze later haar eerste nestje zou krijgen, is de kans er dat de jongen blijven steken omdat het bekken niet open gaat, de kans is groot dat je cavia daar aan dood gaat.


De juiste partner


Het is niet verstandig zomaar 2 willekeurige cavia's bij elkaar te zetten. Er zijn namelijk soorten cavia’s die slechte combinaties vormen. Deze dragen een zogenaamde lethaalfactor bij zich en de jongen worden niet levensvatbaar geboren. Dit geldt voor schimmelcavia’s, zoals deze:

Een schimmel heeft een bepaalde kleur, bijvoorbeeld zwart, met daardoorheen heel veel witte haartjes, dat is bij veel cavia's heel goed te zien, maar niet bij alle haarkleuren is het even duidelijk en soms lijkt een cavia die schimmel is gewoon wit. Een schimmeldier, mag dus niet met een andere schimmel, maar ook niet met een bont dier verpaard worden, omdat het bonte dier wel schimmel bij zich kan dragen zonder dat het zichtbaar is.
Dalmatiërs mogen ook niet onderling verpaard worden, daar gebruikt men zwarte cavia’s voor en tenslotte mogen satijn cavia’s ook niet onderling verpaard worden.
Er zijn mensen die zeggen dat de satijncavia helemaal niet meer gefokt zou mogen worden, omdat deze kans lopen om een bepaalde ziekte (osteodystrofie) te krijgen.

Ook is het niet verstandig om bepaalde haarstructuren bij elkaar te zetten, een kruising van een borstel en een langhaar bijvoorbeeld, geeft vaak jongen met heel vreemde kapsels, die je zelf wel heel leuk kunt vinden, maar die in de praktijk toch vaak moeilijker te plaatsen zijn(en je kunt nou eenmaal niet alles houden)


De zwangerschap


Een zwangere cavia heeft extra vitamine C nodig en het is belangrijk om in de gaten te houden hoeveel ze aankomt, je kan dan ongeveer berekenen hoeveel kleintjes ze bij zich draagt(met meer ervaring kun je dit ook zo’n beetje voelen.)
Reken dan 1 kleintje per 100 gram die de moeder is aangekomen.

Dit is Faya, hoogzwanger van haar vijfling

Als ze tegen het einde loopt, zal ze kuiltjes gaan maken in het zaagsel (of een andere ondergrond) en kun je ontsluiting voelen.
De ontsluiting voel je door je vinger onder het staartbeentje naar beneden te laten glijden, er zitten daar twee botjes die tegen elkaar aan zitten, als het dier ontsluiting heeft, past er een vinger tussen(helemaal tegen het einde zelfs een hele duim, of soms nog meer). Overigens wil ontsluiting niet zeggen dat ze elk moment geboren zullen worden, een caviamoeder kan er nog ruim twee weken mee rond blijven lopen.
Een jong wordt meestal geboren met het kopje naar voren en de moeder begint vaak al voordat het helemaal geboren is het vlies eraf te trekken zodat het jong kan ademen, bij onervaren moeders, gaat dit soms mis en stikken de jongen doordat ze te lang in het vlies hebben gezeten. Sommige fokkers raden daarom aan een moeder die zwanger is van haar eerste nestje, samen te zetten met een meer ervaren zeug, deze kan helpen met het “uitpakken” van de jongen en het schoonlikken.


De bevalling


De bevalling gaat helaas niet altijd goed, hij kan te zwaar zijn, doordat bv een jong vastzit, of de weeën niet sterk genoeg zijn, een dierenarts kan weeënopwekkers geven, of, als het nodig is, het dier onder narcose brengen en de kleintjes halen met een keizersnede, voor een cavia die uitgeput is door een te zware bevalling , kan dit teveel zijn, en het gebeurt dan ook regelmatig dat een cavia deze ingreep niet overleeft.


De jongen


De gewichten van een nestje variëren nogal, in een nest van een of twee jongen, kun je erop rekenen dat ze meer zullen wegen dan 110 gram, soms zelf tot de 145!
In grotere nestjes is vaak ook wat meer verschil in gewicht, er zitten vaak een of twee echt kleintjes bij, echt klein is ongeveer 45 tot 60 gram, deze jongen hebben het vaak heel moeilijk.
Dit zeugje heeft het overleefd, met wat hulp, ze woog bij haar geboorte 50 gram en is daarna zelfs nog afgevallen naar 45, afvallen na de geboorte is overigens heel normaal, maar je ziet ze het liefst zo snel mogelijk terug op hun geboortegewicht.

De eerste foto is na een paar uur, de tweede na vier dagen en op de derde is ze vijf weken.

De grotere jongen wegen dan vaak ook niet meer dan 100 tot 110 gram.
Er zijn natuurlijk uitzonderingen, het nestje hierboven was erg groot, de kleinste woog 50 gram, het zeugje daarna woog 95 gram, daarna kwam een beertje van 115 gram en de laatste twee zeugjes wogen 117 en 128 gram.


Jongen met de hand bijvoeren


Als de moeder overlijdt, een heel groot nest heeft, of niet genoeg melk is het soms nodig een of meerdere kleintjes bij te voeren, dit kan het beste met geitenmelk.
Je hebt dan een spuitje of een flesje nodig en de kleintjes mogen ongeveer 1 a 2 ml per voeding, maar het beste is eigenlijk om gewoon het kleintje dat het nodig heeft even apart met moeder op schoot te nemen en aan te leggen. Het gaat meestal toch om de kleinste, die, zeker in een groot nest, onder de voet gelopen kan worden door zijn broertjes en zusjes, dat kan alleen al een reden zijn van niet genoeg aankomen.

Als alles goed gaat, is het heel erg leuk, de kleintjes lopen meteen rond en eten ook al bijna meteen mee met hun moeder. Ik blijf het wonderbaarlijk vinden dat ze helemaal AF zijn.